Eerste vrouwelijke notaris te Utrecht

Op 9 april 1906 wordt Hillegonda Johanna Maria (Gon) le Nobel geboren te Giessendam. Zij is de dochter van Cornelis le Nobel (1872-1918) en Johanna Maria Beuningh (1871-1952). Zij heeft één jongere broer, Cor le Nobel (1908-1968); hij wordt later burgemeester in Zeeuwsch-Vlaanderen. Gon was in de jaren '20 van de vorige eeuw één van de pioniers die juridische barrières rondom de waarneming van een notaris doorbrak. Zij was een voorvechtser en drijvende kracht achter de emancipatie van vrouwen binnen het notariaat.

Gon doorloopt de HBS en verhuisd in 1924 naar Utrecht voor haar notariéle studie. Zij kreeg haar opleiding van professor Eggens en behaalde in 1929 het diploma voor kandidaat notaris. Zij is steeds in Utrecht werkzaam geweest. Enige tijd bij notaris Onnen, later bij notaris Snellen en na zijn overlijden bij zijn opvolger notaris Hellingman in de Utrechtse Muntstraat. Hoewel de Notariswet sinds de openstelling in 1917 vrouwen formeel toestond om het ambt van notaris te bekleden, stuitte de praktijk nog op grote weerstand. Zij was het die na de Tweede Wereldoorlog een aktie begon om benoeming voor vrouwen in het notariaat mogelijk te maken.

Succesvol protest                                                                                                                                                                                                          De specifieke actie waar Hillegonda Johanna Maria (Gon) le Nobel om bekend staat, is haar succesvolle protest tegen de weigering om haar als vrouw aan te stellen als waarnemer van een notaris. Gon le Nobel had haar opleiding tot kandidaat-notaris voltooid, maar werd in eerste instantie niet toegelaten tot de waarneming van een notarispraktijk. Het was notaris Snellen die haar adviseerde om samen met vrouwelijke collega's in 1945 een actie te starten, die werd gesteund door het hoofdbestuur van de Broederschap van kandidaat-notarissen.

Haar actie had betrekking op de uitleg van artikel 46 van de toenmalige Notariswet (1842). Dit artikel regelde de vervanging en waarneming van de notaris. De acties van Gon speelden zich af over een periode van ruim tien jaar, met twee belangrijke ankerpunten: haar principiële protest in de jaren dertig (1934-1937) en haar uiteindelijke benoeming vlak na de Tweede Wereldoorlog in 1946. 

Juridische Barrière: In die tijd werd de wet zo geïnterpreteerd dat "personen" in de Notariswet alleen mannen konden zijn. Dit blokkeerde niet alleen de benoeming tot notaris, maar zelfs de mogelijkheid om tijdelijk waar te nemen voor een zieke of afwezige notaris.

De kern van het conflict: De Kamer van Toezicht baseerde de weigering op het argument dat een vrouw (en zeker een getrouwde vrouw) door de toenmalige wetgeving niet volledig handelingsbekwaam zou zijn om de zware verantwoordelijkheden van de waarneming te dragen. Dit leidde tot Kamervragen en een principiële discussie over de interpretatie van de Notariswet.

De uitspraak: Gon vocht dit aan tot op het hoogste niveau. Het resultaat was een principiële erkenning dat de beperkingen die voorheen voor vrouwen golden, niet van toepassing waren op de uitoefening van het notariële ambt en de waarneming daarvan.

Philip Bernard Libourel, voorzitter van Broederschap van Notarissen in Nederland tot 1946, meende dat vrouwen geen notaris konden worden. Hij vond dat “speciaal voor het notariaat, de man meer geschikt is dan de vrouw”. Door haar volharding en juridische stappen dwong zij de minister van Justitie en de Kamers van Toezicht tot de erkenning dat het geslacht geen reden mocht zijn om iemand de waarneming te weigeren. Haar inspanningen droegen direct bij aan de wetswijziging.

Benoeming tot notaris                                                                                                                                                                                Toenmalig minister van Justitie Hans Kolfschoten stelde in 1946 het notarisambt open voor vrouwen. Dit plaveide de weg voor haar eigen benoeming bij Koninklijk Besluit tot notaris in Terneuzen in 1946. Dit is het moment waarop kranten uit die tijd (zoals te vinden in de archieven van Delpher) schreven dat hiermee de "kroon op haar actie" was gezet.

Tot vóór 1955 bestond het notariaat in Nederland uit eenmanskantoren: een notaris met enige personeelsleden. In Rotterdam waren weliswaar door andere factoren enige grotere kantoren, tevens geassocieerd met advocaten, doch hier speelde de internationale scheepvaartpraktijk een rol. In de rest van het land was het beeld eenvoudig. Het begrip ‘eenmanskantoor’ was in die tijd ook nog letterlijk te nemen: die ene notaris was een man, want vrouwen werden niet tot notaris benoemd. Gelukkig zijn ongeveer vanaf 1955 de luiken opengegooid. Vrouwen werden benoembaar geacht en ook feitelijk benoemd.

Mede dankzij Gon haar vastberadenheid kon Constance (Conny) Bletz op 7 februari 1947 als eerste vrouwelijke notaris in Nederland worden opgenomen in de Broederschap van Notarissen in Nederland. Gon le Nobel werd erkent als de juridische wegbereider.

Hillegonda Johanna Maria (Gon) le Nobel werd bij Koninklijk Besluit op 26 september 1957 benoemd tot de eerste vrouwelijke notaris in de stad Utrecht en werd de opvolgster van de overleden Mr. Ph. M Muus.  Zij hield kantoor aan de Kromme Nieuwegracht 50 A te Utrecht. Zij was de 2e vrouwelijke notaris in het arrondisement Utrecht en de 5e vrouwelijke notaris in Nederland.

Een journalist van het Nieuw Utrechtsch dagblad d.d. 5 oktober 1957 schreef o.a.: (...) 'Uiteraard is de benoeming ’n persoonlijke voldoening voor mej. Ie Nobel, die ons overigens met nadruk verklaarde, dat zij blijft wie ze was. Ze gelooft niet, dat de plaats van de vrouw in het notariaat veel verschilt van die van de man' (...). Grappig is dat zij in dit interview niet aangesproken wilden worden met mevrouw de notaris, maar met mej. le Nobel. Toeval of niet, haar broer die in 1936 burgemeester werd in Zeeland wilde niet aangesproken worden met burgemeester; velen noemden hem Cees.

Op 1 mei 1972, na 15 jaar notaris te zijn geweest, werd Gon le Nobel opgevolgd door J.A.P. Aarts die op 26 april 1971 was benoemd tot notaris en beëindigde zij haar ambt. Gon is overleden op 09-02-1987 in Utrecht, 80 jaar oud.

Bron o.a. Nieuw Utrechtsch Dagblad van 5 oktober 1957